Tuesday 2 September 2008 14:09
Lifestyle
The Cariblanco Surfclub

Surfers are a Worldwide Tribe. Door: Martha Van Der Bly

 

 

Puerto Viejo de Talamanca is een dorpje aan de Caribische kust van Costa Rica aan het eind van de modderige weg van San José naar Panama. Vroeger was het een verlaten paradijs voor lokale vissers, maar begin jaren zeventig ontdekten de eerste surfers er de grootste break in Costa Rica, de Salsa Brava. Inmiddels is het in Puerto Viejo een aardige drukte van hippies, muzikanten, backpackers en surfers - en de locals, natuurlijk. Overal klinkt reggae muziek. Nog even en Puerto Viejo is wereldberoemd. De film ‘In Search Of Captain Zero - a surfers trip beyond the end of the road’, starring Sean Penn, is momenteel in de maak (release: 2008). Het is het verhaal van de zoektocht van schrijver Allan C. Weisbecker naar zijn vroeger surfbuddy, Christopher. Hij vindt Christopher terug in Puerto Viejo, waar hij bekend staat als ‘Captain Zero’. Ik ben een maandje in Costa Rica aan het backpacken. Op goede geluk heb ik Puerto Viejo uitgekozen als eerste bestemming, vooral omdat ‘Carribean Coast’ zo warm en zonnig klinkt. Even vergeten dat het regenseizoen net is begonnen. Mijn eerste beeld is hoe een gebruinde jongen met een board onder de arm door de modder waadt. Hij passeert een oude zwarte man die zit te knikkebollen op de veranda van zijn hutje op palen. Een zwerfhond sjokt door de regen. Overal zijn loslopende kippen en hanen. Plotseling schrikt iedereen op: ongezadelde paarden galopperen door het dorp, opgejaagd door een meisje met lang zwart haar. Welcome to Puerto Viejo.

 

Dave, de symphatieke eigenaar van de duikshop, was in een vorig leven IT-er in Londen. Hij vertelt hoe hij in Puerto Viejo is beland: via Google. Type in: “Diving Shop. For Sale. Carribean.” Dat was twee jaar geleden. Nu verdeelt hij zijn tijd tussen surfen, duiken en koksnoten openbreken met een manchete. Some guys… Hij kent Captain Zero: kijk, het is die oude man op de fiets, achter hem rent altijd een klein keffend hondje. Het regent te hard om in de zon te liggen. Duiken heeft ook geen zin, want door de harde storm van de laatste dagen is de visibility nul. Dus ik neem een surfles, van Topo, een exotisch uitziende local. Ik ontdek wat een waanzinnige kick het geeft om te surfen. En ook hoe waanzinnig moeilijk het is. Het eerste half uur word ik ontelbare keren gespoeld. Volgens mij besta ik inmiddels voor negentig procent uit zout water. Maar ik geef niet op, ik moet en zal op dat board blijven staan. Het lukt. De eerste keer. Ik zweef, ik vlieg, ik beheers de zee, ik kan de hele wereld aan. Dan donder ik om in de branding. Nog meer zout water. Maar wat een enorm kick geeft het! Nu wil ik meer. ‘Weet je wat wij surfers zijn’, fluistert een Canadese surfer, ‘We are all adrenaline-junkies’. Ik ook. Ik ben ook een adrenaline-junkie. Happily addicted, thank you. Ik besluit de safari’s, de turtle watching en de vulkanen te skippen. Ik bekijk het thuis wel op Discovery channel. Nu wil ik alleen nog maar surfen leren in Costa Rica. Ik wil  naar de legendarische Pacific. Left-break. Right-break. Corduroy. I want it all. Nu nog op het board blijven staan. Dat was wat ik heb ontdekt in Puerto Viejo.

Maar er zijn ook anderen die Puerto Viejo hebben ontdekt: Columbiaanse drugshandelaren. Zij schakelen de lokale jeugd in voor drugssmokkel. Op de tweede dag van mijn verblijf introduceert Dave me aan wat vrienden van hem uit New Jersey.  Ze komen hier al een tijdje blijkt, en tussen de sterke verhalen over de jaren zestig door, begrijp ik dat ‘ze iedere keer met meer komen’. Met wat meer? Ik weet het niet. Dollars? Dat is meestal wat Amerikanen meenemen. Kom morgen om drie uur naar het plein voor de Sunset Bar, zeggen ze. Ze zijn cool, ik wil wel gaan maar nog liever surfen. De volgende dag is het windstil. Ik ben om drie uur op het plein. Het ziet er zwart van de kinderen – letterlijk. Vroeger was het de zwarte bevolking van Costa Rica verboden om het binnenland door te steken en naar San José te gaan. De bijzondere president-filosoof Jose Figueres Ferrer schafte in 1949 de rassen-segregatie af en schafte meteen ook het leger af: ‘the future of mankind cannot include the armed forces’. Nu is Costa Rica is een democratie zonder leger. Bij de laatste inval van Nicaragua werd allerijl een gelegenheidsleger opgeroepen. En het won.

 

Die middag vind ik tussen alle kleine meisjes met ingevlechte kralen en jongens met Bob Marley shirts, de Amerikanen. Ze hebben enorme sporttassen bij zich. Uit de tassen komen allemaal skateboards. Al gauw staan alle kinderen op skateboards, heftig te oefenen tegen de achtergrond van een graffiti- wall. Ik help mee uitdelen en zie hoe snel sommigen kinderen skateboarden leren, en vooral hoe fanatiek ze zijn. Dat is mijn vader, zegt het aller-coolste meisje en ze wijst op een knappe man met wijduitstaand kroeshaar. Het is Topo, de surfleraar. Het hele dorp kent hem. ‘Het is zijn initiatief’, zeggen de Amerikanen. Welk initiatief? Ze stoppen me een papiertje toe met een website-adres: www.deadeast.com. ‘s Avonds gaat de zon onder over een stille Caribische zee en ik lig in een hangmat. Het regent niet meer. Time to go. I’ll leave tomorrow. Maar het kleine dorpje aan het eind van een modderige weg, heeft voorgoed iets in me veranderd. Bij de bushalte kom ik Dave tegen. ‘heb je het gehoord?’, vraagt hij. ‘Captain Zero is weer gesignaleerd op een surfboard. Voor het eerst sinds jaren.’ Verschillende locals hebben hem zien vechten tegen de zee. ‘Het gaat weer de goede kant uit met hem’, zegt Dave. De komende drie weken trek ik door Costa Rica van surfplek naar surfplek, naar Mal Pais, Santa Teresa, Manuel Antionio, en Pavones: wat zijn die surfers hot. Pura Vida! Ik e-mail mijn vriendinnen. Ze moeten ook gaan surfen. Of anders doen alsof, net als ik -  je bent actrice of niet, per slot.

 

Terug in Nederland check ik de website van de Amerikanen. Ik ben onder de indruk. De regio van Puerto Viejo maakt moeilijke economische tijden door. De cacao-industrie is niet langer winstgevend. Wie geen werk vindt in de toeristische sector is vaak werkloos en een makkelijke prooi voor drugs handelaren. Javier ‘Topo’ Hernandez, geboren in Puerto Viejo, is voormalig national surfkampioen van Costa Rica. Als prof surfer heeft hij over de wereld geresid.  Nu heeft in zijn geboordtedorp de Cariblanco Surf Club opgezet, met als doel om de kinderen meer eigenwaarde te geven door het surfen, net als hijzelf. En misschien, net als Captain Zero. Het Pura Vida/ Confluencia project van Roger Conant, een van de Amerikanen, zamelt surfboards in voor de Cariblanco Surfclub. Dus als je ook naar Costa Rica en Puerto Viejo gaat: neem wat mee voor Topo en de zijn Caribblanco Surfclub: board leashes, boards, surf clothes et cetera. Pura Vida!

 

Martha Van Der Bly

 

 

www.deadeast.com

 

www.marthavanderbly.com